“Dan is nu mijn vraag: heeft God zijn volk soms verstoten? Beslist niet. Ik ben immers zelf een Israëliet, een nakomeling van Abraham, afkomstig uit de stam Benjamin. God heeft zijn volk, dat Hij al van tevoren uitgekozen heeft, niet verstoten.”
Romeinen 11: 1-2
Op zondag 5 oktober hopen we in de Protestantse kerken Israëlzondag te vieren. De bedoeling hiervan is dat we aandacht geven aan de relatie tussen de christelijke gemeente en het Joodse volk. Want hoe je het ook went of keert zowel in de Bijbel als in onze eigen wereld zijn we onlosmakelijk met elkaar verbonden. En toch denk ik dat we deze keer ook moeite ervaren. Immers er heerst een diepgaand conflict in de Gazastrook, waar we ook allemaal wat van vinden. En voor dat je het weet hebben we de crisis in onze eigen gemeente. Toch ben ik ervan overtuigd dat we allemaal hetzelfde verlangen hebben, we zoeken allemaal naar recht, vrede en verbinding. En daar mogen we ook om bidden, zeker op een zondag als deze.
Vandaag heb ik er één thema uitgelicht dat een rol speelt in de dialoog met het joodse volk en dat thema is ‘de vervangingstheologie’. Dat is de theologische overtuiging (dus met de bijbel in de hand) dat de christelijke gemeente ( de kerk dus) de plaats van Israël als Gods uitverkoren volk heeft overgenomen. En dat is vanwege dat het joodse volk de Here Jezus Christus heeft verworpen. En velen zagen het als een bewijs dat die bewering klopte toen de Joden hun land werden uitgestuurd tussen 70 na Chr. en 1948. God had met Zijn volk afgedaan en er golden nu nieuwe regels. En daar groeide nog een andere overtuiging uit voort; voor het volk Israël bestaat geen bijzonder heilsplan meer en het grondgebied van Israël is niet meer het land der belofte. De Joden kunnen geen aanspraak meer maken op de oudtestamentische beloften die eens aan het volk werden geschonken. Kortom: In de eindtijdverwachting bestaat geen rol meer voor Israël.
Paulus zijn standpunt
De tekst die ik vandaag heb gekozen komt uit een brief van Paulus aan de Romeinen waarin hij probeert een eenheid te vormen tussen de christenen van joodse afkomst en die van heidense afkomst. In dit hoofdstuk benoemt hij drie standpunten:
- Vers 8: “Zoals ook geschreven staat: ‘God heeft hun geest verdoofd, hun ogen blind gemaakt en hun oren doof, tot op de dag van vandaag.” Paulus gaat ervan uit dat zijn volk onder een bedekking leeft. Ze hebben Jezus de Messias niet herkent, maar dat zal nog komen als de Here Jezus voor de tweede keer terugkomt.
- Vers 18: “Dan moet u zich niet boven de takken verheffen. Als u dat doet, moet u goed bedenken dat niet u de wortel draagt, maar de wortel u” De kerk moet zich niet los van Israël bewegen en ook niet denken dat ze ervoor in de plaats is gekomen. De kerk past geen hoogmoed.
- Vers 26: “Dan zal heel Israël worden gered, zoals ook geschreven staat: ‘De redder zal uit Sion komen, en wentelt dan de schuld af van Jakobs nageslacht.” De verlossing van de joden ligt in dezelfde Messias, namelijk Jezus Christus de zoon van God die gekruisigd is op Golgotha en die weer is opgestaan uit de dood. Gods reddingsplan is inclusief het joodse volk.
Hoe verder – de actualiteit
De vervangingstheologie is volgens mij nog lang niet voorbij. Ik zie nog steeds discussie. Ik benoem een paar aspecten:
•De rol van Jezus als redder. Voor de kerk is Jezus de weg, de waarheid en het leven. Alleen via Jezus is het heil te bereiken. Dat betekent volgens veel christenen dat joodse mensen alleen het heil zullen zien door zich te bekeren als christen. Toch lezen we in de Bijbel dat de ontmoeting tussen Jezus en Zijn broeders en zusters vooral zal plaatsvinden als Jezus terugkomt naar deze aarde.
Dan zal de bedekking worden weggenomen. Wel zal er een hard oordeel volgen waarbij Jezus het volk zal opdelen in de Israëls en de Jacobs. Tegelijkertijd moeten we vaststellen dat de terugkomst van de Messias bij de meeste joden nauwelijks een rol speelt en velen ook niet religieus zijn.
•De staat Israël. Voor veel gelovigen is er geen verband tussen het Bijbelse Jeruzalem en het huidige Jeruzalem. Veel teksten uit het oude testament worden vergeestelijkt of wordt daar waar Israël staat de kerk gelezen. Voor andere gelovigen is de oprichting van de staat Israël in 1948 juist een teken dat de Here Jezus terug zal komen op het huidige Siongebergte. Wie echter de oudtestamentische profeten volgt en ook de Here Jezus zelf kan volgens mij geen andere conclusie trekken dan dat het om het huidige Israël gaat, juist ook om dat in het oude testament hele duidelijke geografische grenzen worden aangegeven.
•Het gezag voor de oude profeten in het Oude testament. Het lezen en uitleggen van de oudtestamentische profeten is erg bemoeilijkt door enerzijds die vervangingstheologie en anderzijds over hoe de liberale theologen hiernaar keken. Volgens hen waren de geschriften van de profeten vooral bedoeld als troost voor Israëlieten in die tijd. En ging het zeker niet over de eindtijdverwachting. Beide standpunten hebben ervoor gezorgd dat het gezag voor de oudtestamentische profeten bij ons in de kerk niet groot is. Dat belemmert ons ook om de rol van huidige Jeruzalem te zien.
Slot
Bij het stilstaan over de plaats van Israël is het goed dat wij ons bewust zijn van onze eigen rol en onze denkbeelden. En dat we ook nu nog beïnvloed worden door de vervangingstheologie, ook al zeggen we dat dat niet zo is. Ik wil deze meditatie graag positief en hoopvol afsluiten met de woorden van de profeet Jesaja: “Hoe welkom is de vreugdebode die over de bergen komt aangesneld, die vrede aankondigt en goed nieuws brengt, die redding aankondigt en tegen Sion zegt: ‘Je God is koning!’ 8Hoor! Je wachters verheffen hun stem, samen barsten ze uit in gejuich, want ze zien het met eigen ogen: de HEER keert terug naar Sion.”(Jesaja 52:7)
Pieter Knijff
Deze meditatie is gepubliceerd in de Tsjerkepraat van 25 september 2025


Comments are closed.