Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.
1 Kor. 13:13
De theoloog Jan Scheele-Goedhart heeft een boek geschreven met als titel “Nieuw mens worden- waar christelijk geloven om draait”. Ik heb slechts een fragment uit de inleiding gelezen. Maar wat hij daar neerzette trok mijn aandacht. Hij begint zijn inleiding met uit te leggen waarom hij dit boek is gaan schrijven. Namelijk vanwege het feit dat er veel kerkgangers zijn die eigenlijk niet zo goed weten wat ze geloven. En die zich misschien zelfs ook nog wel afvragen of het belangrijk is om te weten wat je gelooft.
De brede trend geeft aan dat ‘geloof’ voor veel mensen meer met gewoonte en/of ‘gevoel’ te maken heeft, dan met ‘weten’/kennis. En hoe komt dat dan? Allereerst is er al jaren een beweging gaande die meer aandacht vraagt voor de rol van het gevoel en de vraag “Wat kan ik er mee in mijn dagelijkse leven?” En dat is een positieve beweging. Geloven is veel meer dan alleen het aanhangen van bepaalde geloofswaarheden en/of intellectuele overtuigingen.
Daarnaast zie je dat het ook door kan slaan en mensen het hele idee van een geloofsleer afwijzen. Veel van wat men vroeger geleerd heeft, heeft men losgelaten omdat men er moeite mee kreeg. En dat gaat dan om de inhoud van wat er geleerd is: b.v. het idee dat een ander voor mijn schuld moet sterven, de toorn van God, een hemel en een hel, Gods voorzienigheid en hoe zit het dan met de ellende in de wereld? enz.enz. Maar het gaat ook om de rol van kennis in het geloof. Je moest bepaalde dingen geloven zonder daar verder vragen bij te stellen.
Gevolg: de rol van kennis in het geloofsleven is onduidelijk geworden. Kennis van het geloof, verdieping in wat het betekent is weggelegd voor de enkeling, die zin heeft om zich daarin te verdiepen. Een soort van hobbyisme. Dus mensen zijn niet alleen onzekerder geworden over wat ze geloven. Het is ook onduidelijk voor ze waarom het belangrijk zou zijn om iets te leren over de inhoud van het geloof. Geloofskennis voelt voor veel mensen als niet van belang voor het gewone leven. Aldus de theoloog Scheele- Goedhart.
Maar hoe belangrijk is het niet, zeker ook in een tijd waarin we als kerk in een minderheidspositie zijn terecht gekomen, om te weten waar het in het christelijk geloof om gaat! En Scheele-Goedhart probeert dan in zijn boek een verwoording te geven van de hoofdlijn van het christelijk geloof. Hij sluit aan bij de drie ‘klassieke’ onderdelen van de kerk: de Apostolische Geloofsbelijdenis, het Onze Vader en de Tien woorden en koppelt daar respectievelijk de woorden geloven, hopen en liefhebben aan vast.
Wat spreekt me aan in deze inleiding?
Het is waar dat veel gelovigen het moeilijk vinden om hun geloof onder woorden te brengen. Iemand kan een hele trouwe en betrokken kerkganger zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat hij/zij het gemakkelijk vindt om helder en duidelijk te vertellen waar het nu ten diepste om gaat in het geloof.
Als het geloof vooral om ‘gevoel’ gaat dan is dat een spannende basis. Ons gevoel is een prachtig ding, maar ook onbetrouwbaar. Ons gevoel is de ene dag zo en de andere dag weer zo. En altijd God ervaren, dat is een mooi streven maar zo werkt het niet altijd. En dat kan demotiverend en ontmoedigend werken.
En als het heel erg gaat om ‘mijn gevoel/geloof’ dan raakt het wel heel erg geprivatiseerd. En hoe draag je dat over? Je kunt het gebruiken als een voorbeeld hoe jij God ervaart. En dat kan herkenning opleveren of iemands ogen openen voor hoe God kan werken. Maar je kunt het de ander niet aanleren.
De kans bestaat dat jouw persoonlijke gevoel belangrijker wordt dan wat God doet of gedaan heeft. Terwijl het er om gaat dat we ontdekken dat het christelijk geloven ons juist bevrijdt uit de draaimolen van het ego en ons helpt onze plek te vinden in het grote verhaal van God.
Scheele – Goedhart komt uit bij de 3 ‘klassiekers’ uit onze traditie: de Apostolische Geloofsbelijdenis, het Onze Vader en de Tien woorden. Woorden uit de Bijbel, woorden uit de traditie die al eeuwen lang bestaan en het al eeuwen lang hebben uitgehouden. Die zich bewezen hebben als betrouwbaar en vast. Een stevige basis van geloofskennis. Deze basis hebben wij het afgelopen jaar ook onze jonge mensen meegegeven in de verschillende gesprekken. En daarbij stellen we altijd de vraag wat die aloude woorden uit Bijbel en traditie voor hier en nu en voor jou persoonlijk betekenen.
Ik denk dat we heel wat in handen hebben wanneer we ons deze woorden (weer) eigen maken. Het zou de minimale geloofskennis moeten zijn voor ons allemaal. Om daarmee te kunnen zeggen wat je gelooft. Als invulling van die prachtige hoofdwoorden uit de Bijbel: geloven, hopen en liefhebben. Geloofskennis die beleden én beleefd mag worden!
Ds. Ineke de Kok – Mellema
Deze meditatie is gepubliceerd in de Tsjerkepraat van 2 juli 2026


Comments are closed.