Meditatie | De komst van de Koning

Meditatie | De komst van de Koning

Zie, Ik zend Mijn engel, die voor Mij de weg bereiden zal.

Maleachi 3: 1

Zie, Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht, die voor U uit Uw weg gereed zal maken.

Marcus 1: 2

De engel van Maleachi is een mens, vertelt Marcus. Daarom kan je dat woordje ‘engel’ hier ook vertalen met ‘bode’ (NBV 2004) of ‘aankondiger’ (Naardense Bijbel). De engel van Maleachi is immers Johannes de Doper. Hij is de heraut die de komst van Jezus, de Koning van Israël, aankondigt.

Ik moest meteen denken aan de vraag van één van mijn eerste catechisanten. Wanneer Jezus eigenlijk gekomen was? Want volgens de wetenschap was Herodes al in 4 voor Christus gestorven. En dus moest Jezus nog daarvoor geboren zijn. Hoe kon dat? Klopte onze jaartelling wel?

Onze jaartelling is bedacht door Dionysius (470-544) op verzoek van de paus. Hij telde het eerste jaar na de geboorte van Christus als het jaar 1. We tellen de jaren als jaren van Hem en zetten er Anno Domini voor – in het jaar van de Heere. Met AD 2019 bedoelen we dan: in het jaar van de Heere 2019.

Inmiddels weten we dat Herodes in het eerste jaar van de jaartelling is overleden. De wetenschap vergist zich wel eens vaker. Op 1 januari AD 1 ontving Jezus bij de besnijdenis Zijn naam. Op 2 februari werd Hij opgedragen in de tempel. Hij is dus gewoon op 25 december van het jaar ervoor geboren.

Maar wat heet gewoon. Je hoort aan Marcus hoe ongewoon en bijzonder dit allemaal is. Hij vertelt hier wat hij van de apostel Petrus hoorde. En de Heilige Geest geeft hem in om dat met een kleine verandering in de woorden van Maleachi aan te geven: voor Mij wordt voor U.

Met die weergave van Maleachi zegt Marcus eigenlijk dit: dat zegt God over de Heere Jezus. De bode van Maleachi die de weg voor God gereedmaakt, blijkt Johannes die de weg voor Jezus gereedmaakt. In Hem verschijnt God Zelf op aarde. God is mens geworden. Jezus is God en mens in één.

De Koning van Israël wordt aangekondigd door Zijn heraut Johannes. Maar dan wel als een heel bijzondere. Die Koning van Israël is namelijk de Zoon van God. Daarom kan Johannes zeggen: Bij Wie ik het niet waard ben neer te bukken en de riem van Zijn sandalen los te maken (Marcus 1: 7).

Weet je, we kunnen aan Johannes niet tippen. Jezus zegt van Hem: Onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper (Matteüs 11: 11). Aan de andere kant zegt de Heiland ook: Maar wie de minste is in het Koninkrijk der hemelen, is groter dan hij.

Door in alle eenvoud te doen wat die Doper deed: wijzen op de Heiland. De Doper roept op tot bekering van zonden. Roept je op je om te keren naar Jezus toe. Om het bij Hem te mogen zoeken en vinden. Want bij Hem vind je de rust en de vrede – van genade, verzoening en vergeving.

Zeker. Dat mogen predikanten doen. Maar zij doen dat niet alleen. Want zijn heit en mem daarin niet ook heel belangrijk. En pake en beppe. En alle grote mensen naar wie jonge mensen kijken. Vertel ze eerlijk wie Jezus is. Bid dat ze Hem nodig mogen leren krijgen. Het is voor hun behoud.

Dat is volgens Marcus het Evangelie. Het goede nieuws. De komst van Christus. Die eenmaal Koning zal zijn. Die je uitnodigt om Zijn hemelse koninkrijk binnen te gaan. Gewoon zoals je bent. Vol berouw en verlangen naar vergeving. In het vertrouwen dat Zijn oordeel genade zal zijn en Zijn duisternis licht.

De nacht is haast ten einde,
de morgen niet meer ver.
Bezing nu met verblijden
de held’re morgenster.
Wie schreide in het duister
begroet zijn klare schijn
als hij met al zijn luister
straalt over angst en pijn.

Zo is ons God verschenen
in onze lange nacht.
Hij die de eng’len dienen
die eeuwen is verwacht,
is als een kind gekomen
en heeft der wereld schuld
nu Zelf op Zich genomen
en draagt ze met geduld.

Hoevele zwarte nachten
van bitterheid en pijn
en smartelijk verwachten
ons deel nog zullen zijn
op deze donk’re aarde,
toch staat in stille pracht
de ster van Gods genade
aan ‘t einde van de nacht.

God lijkt wel diep verborgen
in onze duisternis
maar schenkt ons toch een morgen
die vol van luister is.
Hij komt ons toch te stade
ook in het strengst gericht.
Zijn oordeel is genade,
Zijn duisternis is licht.

(Gezang 445)

Ds. J.P. Strietman

Deze meditatie is gepubliceerd in de Tsjerkepraat van januari 2019

 

Share Button

Comments are closed.

Please enter Google Username or ID to start!
Example: clip360net or 116819034451508671546
Title
Caption
File name
Size
Alignment
Link to
  Open new windows
  Rel nofollow